Een socialemediaverbod voor jongeren zoekt de oplossing op de verkeerde plek
De steun voor een socialemediaverbod voor jongeren groeit, kopten de kranten vrijdag 23 januari. Bijna zeven miljoen mensen vinden sociale media een gevaar voor de geestelijke gezondheid en een verbod lonkt. Geen goed idee.
Al langere tijd kijk ik met verbazing toe hoe volwassenen die zelf massaal aan hun smartphone zijn verkleefd, het probleem van overmatig smartphonegebruik overhevelen op jongeren. Met hén gaat het slecht, zij moeten beschermd worden. Natuurlijk hebben jongeren grenzen nodig en begeleiding in het veilig omgaan met schermen. Daar alleen al valt nog een wereld te winnen, want waar zijn de ouders van jongeren die 9 uur per dag achter het scherm zitten?
Dat brengt me bij het eerste bezwaar tegen het socialemediaverbod: het legt de verantwoordelijkheid buiten onszelf. En problemen buiten jezelf leggen? Dat is verslavingsgedrag ten top. Het ligt aan het middel of aan de omstandigheden. Natuurlijk spelen externe factoren een rol, maar herstel begint pas wanneer mensen ervaren dat zij zelf invloed hebben op hun gedrag.
We wijzen graag naar techbedrijven als oorzaak van socialemediaverslaving, en terecht. Zij spelen een dubieuze rol in de manier waarop apps zijn ontworpen en verdienen regulering. Maar ondertussen doen we alsof we volledig zijn overgeleverd aan de apps en geen enkele keuzevrijheid hebben. Waaraan in de hele discussie steeds voorbij wordt gegaan, is het ontwikkelen van grip op ons eigen digitale gedrag. En daarin horen ouders en opvoeders voorop te lopen. Hun voorbeeldgedrag blijft structureel buiten beeld. We verschuiven het probleem naar de jeugd.
Wie gelooft dat een verbod een oplossing is in het omgaan met overmatig socialemediagebruik negeert bovendien de lessen van de geschiedenis. Van alcohol tot drugs en gokken: verboden leiden zelden tot duurzame oplossingen. Ze worden omzeild, handhaving is complex en toezicht neemt af. Bij een socialemediaverbod dreigt datzelfde patroon. In Australië verzinnen jongeren inmiddels allerlei manieren om toch in te loggen. Bovendien is een verbod op sociale media willekeurig. Ook aan apps voor gamen of shoppen kan een verslaving ontstaan. Het gedrag verdwijnt dus niet, het verschuift.
Daarmee samenhangend creëert een verbod vooral schijnveiligheid. Wat gebeurt er als deze jongeren later wél toegang krijgen tot sociale media? Zijn ze dan digitaal vaardig? Hebben ze geleerd grenzen te stellen, zelfcontrole aangeleerd en kunnen ze met negatieve ervaringen omgaan? Of staan ze alsnog onvoorbereid tegenover platforms die ook veel volwassenen, zelf opgegroeid zónder smartphone, nauwelijks kunnen weerstaan?
Voorstanders van een verbod noemen schadelijke effecten van sociale media op de mentale gezondheid van jongeren en hun onvermogen zichzelf te beschermen. Een begrijpelijke zorg, maar psychische problemen verdwijnen niet door apps te verbieden. Ze ontstaan in een bredere context van prestatiedruk, opvoeding en voorbeeldgedrag en vragen om vaardigheden, begeleiding en veerkracht, niet om een eenzijdige oplossing als een verbod.
De échte oplossing zit in het leren omgaan met ongemak. Met dat van onszelf én met ongemak in de opvoeding. We kiezen er steeds vaker voor dit uit de weg te gaan: verveling, stilte, wachten, nare gevoelens, conflicten, grenzen stellen, iemand teleurstellen, ergens moeite voor doen. We grijpen massaal naar de smartphone als snelle manier daaraan te ontsnappen en laten ons verleiden tot gemakzucht. Dat zien ook kinderen, die kopiëren wat jij doet en niet wat je zegt.
Het uit de weg willen gaan van ellende is menselijk. Als het echter een patroon wordt, kan het leiden tot psychische problemen. Overmatig smartphonegebruik speelt daarbij een rol, maar het is vooral belangrijk andersom te redeneren. Wat ga je met dat overmatige smartphonegebruik eigenlijk uit de weg? Dáár zit de sleutel tot duurzame verandering.
In plaats van te investeren in mediawijsheid en een opvoeding gericht op veerkracht en vertrouwen, ondersteund door voorbeeldgedrag van volwassenen, wordt er geflirt met het comfort van een verbod. Een maatregel die daadkracht suggereert, maar vooral laat zien hoe weinig bereid we zijn ons eigen digitale gedrag onder ogen te zien.
Debbie Been
GZ-psycholoog en auteur van het boek Slimmer dan je smartphone

